"DE SCHEIDING"
Radio-Concept geschreven in een trance-toestand met begeleiding van muziek
copyrights 2004, Gerald Van Waes
-niets hiervan mag gecopieerd of geplagieerd worden zonder toestemming-
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
INLEIDING TER VERDUIDELIJKING VAN HET CONCEPT :
Het volgende poezie-concept is gemaakt naar aanleiding van een ontmoeting in drie delen. De eerste ontmoeting was heel positief. Toen werd er onder andere verteld over enkele verschillen van België met Tsjechië. In Tsjechië had men vroeger in de opvoeding ook een opleiding om een degelijke mens te worden, met dansen, hoffelijkheid en dergelijke. Ik vond ook dat degene die ik ontmoeting heb iets degelijks en sensitief had. De tweede keer vertelde ze me dat ze problemen had : ze zat in een scheiding die leek tegengewerkt te worden, zelfs met chantage, leek het me. De derde keer kreeg ik geen contact meer, en werd ik schijnbaar zelfs vermeden. Ik vond dit niet alleen spijtig, het was vreemd, en ik kon het moeilijk plaatsen vanuit wat er rechtstreeks gebeurd was. In feite was het contrast van enthoesiasme en verfijnde gevoeligheid naar geen contact meer te groot om zomaar eenvoudig te verklaren, of te verwerken. De gedachten en emoties errond bleven hangen, zonder dat ik, zelfs alleen maar voor mijzelf, iets zinnigs uit kon concluderen. Het deed me in ieder geval verder nadenken over spijtige situaties waar mensen in verzeild en verstrikt konden geraken. En ik bedacht me een ook meer algemeen op te kunnen vatten situatie hoe mensen vanuit zulke situaties uit elkaar kunnen groeien, of ook eventueel juist wel aan elkaar iets kunnen hebben. Ik stelde me zelf de situatie voor van een scheiding, en begon gewoon zo een dergelijke situatie te beschrijven, en er me in te leven, om er iets mee te doen. ik bedacht me hoe zulke situatie met een bepaalde visie erin ook bijna aanvaardbaar kan worden, of hoe men door zich erin te leven, en er zich dan terug buiten te zetten, toch in staat zou kunnen zijn er in de afhankelijkheid eraan nog uit te groeien. Zulk een situatie stel ik me voor, op dezelfde manier ook ik hier in positie niet meer dan een waarnemer blijf in heel deze situatie.
VOORWOORD
Een paar dagen voor ik het geheel in een radio-concept wou brengen liet ik het lezen door een vriend van me, die echter vertelde dat hij er niets van begreep. Ik heb al vaker gemerkt dat mijn teksten niet altijd duidelijk over komen, en dat is spijtig, want uiteraard zijn ze ook voor mensen geschreven. En ook hier had ik toch een poging gedaan om zeer correct beelden en gedachten neer te schrijven, op een zo duidelijke en accurate manier, die als uitdrukking van al wat ik daar rechtstreeks tijdens het in het in trance schrijven ervoer. Ik wil ook een poging doen om eerst te vertellen hoe deze teksten geschreven zijn, en hoe men met zulk resultaat zou kunnen omgaan, om alles beter te kunnen begrijpen. Ik schrijf dus eigenlijk altijd een beetje vanuit een trance- of een bewuste droomtoestand. De lezer zou dit eveneens zo, vanuit een soort "droombeleving", kunnen volgen. Er zit ook een verhaal in het geheel dat ik nu geschreven heb, dat in feite een reis is die wordt afgelegd in die "droomachtige toestand". Dit wordt ook voorgesteld met symbolische en metaforische situaties die de gedachten en emoties die daarin beleefd worden, en die daarin ontrafeld worden, uitdrukken. Misschien is het in feite het belangrijkste om het eerst vooral in die "wereld van belevingen" mee te volgen. Slechts gaandeweg leert men zijn eigen ervaringen begrijpen en plaatsen, op een zelfde manier zoals men ook bewust zou kunnen omgaan met lucide dromen of visioenen of trance-beelden. Ook bij rechtstreeksere creatieve gedachten of bewust meegemaakte belevingen gebeurt dit zo. Al deze ervaringen laten zich in feite vooral pas achteraf gaandeweg gemakkelijker verklaren. Bij metaforische en symbolische voorstellingen helpt het, indien men een natuurlijke ontwikkeld talent verkreeg om zulke beelden beter te kunnen plaatsen, bijvoorbeeld na kennisname van een beetje Jungiaanse symboliek, of beter nog, als men symbolische of metaforische uitdrukkingen bruikbaar vindt om ruimere associaties in het dagelijkse leven te kunnen beschrijven in zijn breedste context. Ook simpele symbolen krijgen meer beschrijvende zin indien ze niet alleen als symbolen van aangeleerde associaties zouden worden opgevat, maar als toepassingen voor beschrijvingen voor een meer algemene sfeer als een manier hoe men er tegenover zou kunnen gericht zijn. De maan bijvoorbeeld, om maar iets te zeggen, heeft een redelijk groot associatieveld, dat men het toch steeds beste begrijpt in de toegepaste context, indien men haar associatieveld in heel zijn totaliteit blijft vatten, zodat men haar toepassing in een detail ook in haar eigenheid en proportie herkent en begrijpt. De kleur rood bijvoorbeeld is voor de ene mens 'emotie', de andere 'liefde', weer voor iemand anders betekent het 'gevaar', enz. Toch kan men ook rood vatten in heel zijn totaliteit. Deze heeft mogelijkheden die niet onbeperkt zijn, maar die toch wel steeds een zelfde "soort" van 'activitatie' ondergaat. Zulke meer vage archetypes worden in mijn teksten echter maar zelden gebruikt. Eerder zijn mijn inspiraties veel directere metaforische associaties, die het concept van het denken daarachter aan banden legt, door middel van een soort van een symbolische, en metaforische logica, die juist veel gemakkelijker als een soort beeldverhaal te volgen is, en waarmee men de veranderingen die er plaats vinden, en de evolutie erin, gemakkelijker of beter ondergaat, dan indien men die evolutie louter en alleen via het verstand zou doormaken of via een rationele gedachtengang, of deze via tegenstrijdige gedachtengangen medegedeeld zou krijgen. Verstand en redeneringen op zich gaan immers op zichzelf steeds rechtdoor, en zijn niet te stoppen, indien ze in de conditionering van een geforceerde situatie al wat geblokkeerd zijn, gepaardgaande met emoties die reeds verzadigd zijn. Ik vat echter heel het concept van het denken en voelen veel liever symbolisch op, want binnen een symbolisch geworden situatie, kan men veel automatischer, in een direkte beleving, de situatie zelf verder associëren, en vooreerst ook met een zekere afstand beschrijven, juist ook omdat de beschrijving zelf alleen maar wat men direkt aankan en ook vat het eerst zal erin zal uitdrukken, als eerste vergroting van het associatieve waarnemingveld. Door dit uit te werken en te verduidelijken wordt er een soort van bevrijdende transcendente vorm gecreerd. Na de beschrijving, door ze te beleven met een zekere afstand, maar tegelijkertijd ook met een diepere betrokkenheid, -in zijn ergens nu ook algemeneen geworden toestand-, leert men het onderscheid maken tussen een gedetermineerde toevallige momentuele toestand, zoals de situatie van het moment, en zijn eigen gedetermineerde beleving daarin en in feite ook los daarvan. Vanuit de symbolische beleving kan men zijn ervaringswereld-perceptie veel beter aanpassen op een redelijke en natuurlijke manier, los van het in zichzelf herhalend denken, dat de situatie nooit volledig kan begrijpen vóór men ze in al zijn aspecten en mogelijkheden en in zijn volledige context beleefd heeft. Vanuit de symboliek van situaties zijn realisaties van de geest veel vrijer, ten eerste om een moeilijke realiteit te kunnen beschrijven, en ten tweede om met verdere vrije verbeelding, de bevrijding uit de situatie realiseerbaar te kunnen voorstellen. De symbolen die ik gebruik zijn in feite relatief eenvoudige beschrijvingen in beeldvormen of beeldspraak. Iemand die, bijvoorbeeld, "zich op de andere oever bevindt", is, anders gezegd, iemand die in contact meer onbereikbaar is geworden. Want een rivier oversteken vraagt immers een hele 'onderneming' die kan slagen of niet, eer men die ander (op die andere oever) echt zou kunnen kan bereiken. Dat soort van denken dat iets omzet in een beeld, zoals bij “hij is op de andere oever” is in die zin dus in feite een concreet voorstelbare en beleefbare situatie. Een ander voorbeeld : "de zon". Zij belicht namelijk de dingen die men bewust is, terwijl (men) in "de nacht" de dingen meer onbewust verwerkt.
Mijn verhaal, dat in feite aan elkaar hangt van afzonderlijk geïnspireerde trance-visioenen, en die geschreven zijn tijdens het beluisteren van bepaalde muziekstukken, begint dus van een situatie waarin twee mensen vanalles niet meer uitspreken tegenover elkaar. Je kent het spreekwoord : “spreken is zilver, en zwijgen is goud”, dat in dit geval een nadeel is geworden. Wie het zwijgen belangrijker is beginnen vinden verzwijgt ook dingen. Dan is het beter dat "de ochtendstond goud in de mond krijgt", bij wijze van spreken, en daarin bevrijding brengt. Een van de daarop volgende teksten gaat over wat dan mensen nog wel bij elkaar kan houden. Ook 'elkaar strelen' kan al heel wat oplossen. Rond dat moment kom ik tevoorschijn als de toeschouwer. Dit komt bedreigend over, maar dit gebeurt in feite op een moment dat de situatie kan opengegooid worden. Dit is "om de bolster die een oogpupil is, om de dingen te zien, te breken". Met andere woorden, dit is de moment om het bewustworden naar boven te kunnen laten komen. "De kermis", wordt een symbool van een situatie die zich uit de druk en de sleur van het dagelijkse leven zet, en de mens laat 'leven en beleven', terwijl de 'waarzegger' op de kermis, juist weer terug projecteert, en een toekomstige projectie maakt vanuit een stilstaand en stroef standpunt, om juist weer van de kant van de beperkingen te laten zien, in de plaats van dat men er naar toe zou leven, door het leven te leven, en men juist de noodzakelijke veranderingen zou aangaan om alles aanvaardbaar te laten worden, en men altijd de noodzakelijke veranderingen zou aangaan. Verder beschrijft een van de daarop volgende teksten 'het falen' zelf, terwijl dat voor de natuur der dingen, op die moment, juist perfect is. Wat echter niet goed is, is wanneer men situaties maar laat aanmodderen, bij wijze van spreken, dat ze op ten duur zo erg worden, dat er zelfs niets meer aan te doen is. Ik vergelijk dit met de situatie in Roemenië en Karpatië, waar iedereen alleen maar op zichzelf is teruggeworpen. Het is wel best om op tijd te weten wat men zelf moet veranderen, om het tij nog te kunnen keren, om hetgene men reeds bewust is ook te gaan aanpakken, voor het te laat is en men in zulke toestand, van alleen maar op zichzelf teruggeworpen te zijn, terugvalt. Er is sowieso ergens een moment dat men beseft dat men (nu) iets zou moeten doen. Het kan niet zomaar beredeneerd worden wat alles de toekomst zou moeten brengen. Het is het 'leven' zelf dat moet beleefd worden, om een openheid te kunnen behouden voor alles wat er zich voordoet. Op een bepaald moment ben ik ook als een soort van contrast met dit dilemma verschenen, terwijl dat zelf ook een aanleiding zou kunnen geweest zijn om het leven zelf verder te leven. Men kan nooit opvoorhand voorspellen wat daaruit komt. Het leven dat men echt leeft, heeft en krijgt gaandeweg zijn eigen verwoording. -Het leven moet dus best worden aangegaan en beleefd worden, waar dat ook naar toe leidt-. Dan focus ik in op het symbool in van 'de berg'. Dit is de 'standvastigheid van de berg' in het innerlijk, als de ‘innerlijke standvastigheid’. En ik vergelijk de spontane levens-evolutie, -die ik net aanraakte om te beschrijven-, met een muziekstuk, in dit geval bij voorkeur gespeeld en geassocieerd met instrument van de cello (-een instrument dat trouwens het dichtst bij de klankleur van de emotionele timbres van de stem staat)-. Het is een muziekstuk dat zich gaandeweg in al zijn emoties opbouwt, niet door het vaste ritme te strikt te volgen, maar vooral door de spanning in de opbouw volop te beleven. Het vorige concept waarin men zat, namelijk het vestrstandelijk beredeneren en op een rij zetten, was zoals het zweven in de lucht, -eerst in de meest luchtige gedachten bijvoorbeeld-, zoals in een luchtballon, boven een landschap. Plots valt die luchtballon in een concentrische val naar beneden, naar de aarde, dus naar een zwaardere realiteit dat het 'zweven' onmogelijk maakt. Ook op dat moment kan men het concept van het denken nog steeds veranderen, zonder in die situatie voor zichzelf echte schade te hebben. Symbolisch gezien is dit door van boven op de luchtballon te klimmen en dan ervan weg te springen, op het moment de ballon op de aarde te pletter slaat. 'De ballon' zelf kun je niet meer redden, maar wel jezelf die het concept van het "zweven" aanging, alleen maar door dit concept van het denken veranderen, door waakzaam en één te blijven, tegenover de veranderingen, steeds één met de aarde. Zijzelf valt als een soort van bevallig en gestroomlijnd esdoornzaadje, en komt terecht bij een boom, "nen boom van ne vent", haar man. Ooit gaf deze "boom" (-een boom is vaak zoals een basisstructuur-) haar bescherming. Als boomschors groeide hij rond haar heen. Toch werd dit meer een meer een gevangenis, want de bladeren schermden het zonlicht af. Op ten duur kan ze alleen nog maar via zíjn wortels nog iets ervaren van de wereld. Op die moment, kom ik er weer even aan, als een verschijning, als wat wind in het zand, bij wijze van spreken. Het doet haar even denken aan een andere soort vrijheid, maar op zich bevrijdt dat niet. En er wordt ook geen oplossing gevonden hoe zij zich uit die situatie kan zetten, want die boom is een feit, dat niet zal weggaan.
Dan ga ik over naar mijn eigen visie in deze situatie. Men zou over deze "stroefheid" (van de -onveranderbare-situatie) alleen maar kunnen piekeren, als een rots in de branding. Het wordt een moment, dat ook mij (op dezelfde manier) bezighoudt, omdat ik het niet goed kan plaatsen. Die scheidingssituatie waarin men niet uitgeraakt is dezelfde als mijn scheiding geworden, ook op het zelfde moment een goed aanvoelend contact niet meer wordt verder gezet. In de tekst die dit beschrijft was er een zin die de vriend van me niet begreep: nl. “De zon schijnt de nachten aan elkaar met rotsen.” Ik zal zeggen dat hier ‘de rots in de branding’ als de persoon die de gedachten standvastig in het oog houdt en tracht te verklaren, hier het verbindingsstuk zelf wordt van de "nacht van het onbewuste", zo verbinding makend met al wat wel bewust is, nl. de rest van de cirkel van de zonne-dag. Dan komt er het beeld op van de 'dolmen'. Er wordt gezegd, dat wie onder de dolmen ging schuilen, zich kon ontrekken van het strijdtoneel en van de voortdurende alertheid, om er zo daardoor een andere manier te vinden om afstand tegenover de dingen te creëren. Wij zien alles soms te gemakkelijk vanuit het perspectief van de rechtstreekse beïnvloede waarneming van de beleving, soms zelfs als louter slachtoffer van rechtstreekse bedreigingen, en volledig afhankelijk van wat zich rechtstreeks voordoet. Vogels bijvoorbeeld, zien veel meer een ruimer perspectief, waar ze naar behoeften op kunnen inpikken, wanneer ze naar het landschap te gaan, of er weer van weg. Ook die tekst wordt eveneens beschreven als een muziekstuk, bij voorkeur hier, weer, met cello. Nog een laatste keer komt het beeld terug dat ik ten tonele verschijn, maar dit keer in de schaduw. Dat was onze derde ontmoeting. Daar blijk ik "bedreigend" te zijn geworden. “Neen ik eet je kinderen niet op, ik eet rotsen, als Jupiter” zeg ik daar. Het is juist alleen de zwaartekracht die heel sterk is. De "zwaartekracht" brengt dingen tot onmiddellijke bewustwording. Dat gaat gepaard met een pijnlijke bewustwording. Het bloed loopt uit de lever. Sommige beelden die ik daar zag begrijp ik zelf nog niet zo goed. Misschien iemand anders wel. Maar dat gaat slechts over één of twee van die beelden. In ieder geval komt, volgens mijn inspiratie, mijn boodschap aan. Mensen nemen soms een afstand aan tegenover elkaar, zonder reeds te weten wat de werkelijke bedoeling is, of zonder de samenwerking te zien die er tussen mensen werkelijk mogelijk is. Natuurlijk ben ook ik slechts een schakel in het geheel. In het algemeen wordt er in feite niet veel meer van de mens verwacht, dan dat die gewoon maar verder bewust zijn leven leidt. Alles wat er verder gebeurt, heeft daarom niet directe betekenis voor ons, ook al zouden we dat wel willen. Het zijn in feite eerder maar neutrale gebeurtenissen die rondom ons gebeuren, slechts nuchtere feiten. Soms is het pas als men het herbeleeft in een soort van droom, of als een symbolisch verhaal, zoals dit, dat men schijnbaar onsamenhangende of contrastrijke elementen, beter kan verwerken en plaatsen. Soms is het pas daardoor dat men kan gaan beseffen dat het allemaal binnen het geheel blijkbaar juist wel zeer goed in elkaar past. Wanneer men het goed "in de nacht" verwerkt heeft, dan pas kan men eruit opstaan, bij wijze van spreken, "zoals een eend die wakker wordt, en die onmiddellijk weet naar waar ze naar toe gaat". Het is juist wanneer heel de samenhang verwerkt is, dat men pas onmiddellijk weet waar men naar toe wil, en men er ook naar toe kan gaan, onafhankelijk van de aanwezige beperkingen, -die misschien zelfs door anderen, of door uw eigen geest waren opgelegd-, en dan gaat het misschien zelfs authomatisch...
Dit is het verhaal dat ik zal ga vertellen, in korte visioenen, of droombeelden, hoe men zelf het ook verwoordt of ziet, en dit begeleid door muziek. Ik zou zeggen beleef het gewoon, en geniet ervan.
De eerste scène begint dus, -ik herhaal-, van de situatie waarin men een soort van spanning voelt, juist omdat er vanalles niet wordt uitgesproken -(maar eerst een muziekje)-.
27 maart 2004
(bij Vaclavek : “and the heaven is on your lips”)
Het verzilverd spreken is verzegeld.
Lippen zijn verzegeld mit der “Mond”°, 
°-(op z'n Duits uitgesproken)-
die vergezeld is van wegen die verhalen vertellen,
terwijl ik de weg niet ken in de dwaling
die het spreken nog steeds voorafgaat..
Het zwijgen verzegelt iets,
maar wat denk je eigenlijk, en wat is voorafgegaan aan het denken,..
en naar wie of wat werd mijn lot bezegeld, dat je ergens naar toe ging handelen in je stilzwijgen..
Al het goud is verkocht ;
het zilver is de maan geworden.
Alles staat op hier een kier, op de tocht, van weg van hier vandaan..
19-2-2004
(in programma gebruikt bij Linda Perhacs : “Who really cares”)
In een moment van verstomming,
-(en waar men zich niet meer uitspreekt)-,
ben ik weg,
want in feite was ik er in de eerste plaats al niet meer geweest,
om met je ergens naar toe te kunnen gaan.
Van het moment ook ík niet meer spreken kan,
en ik het gehoor niet terug vind,
zie ik dat de ruimtes terug zijn opgedeeld.
Het groeiproces kent zijn halt,
en uw uitgekozen richting snijdt de wegen in twee verschillende richtingen open.
Zo kom ik u tegen op de andere oever,
zonder dat het zeer doet.
Je wilt niet snijden, maar verdeelt wel al de bezittingen.
Ik wandel in de gangen van een reeds verlaten huis.
Het gefluister vertelt nog geen richting om naar toe te kunnen gaan.
Het is slechts deuren tegenkomen, en open ramen naar buiten.
U verdeelt het bos in bomen, terwijl u hoge toppen scheert.
Ik verdwaal hier niet, maar zie toch geen uitweg om in dat bos iets te zien,
dus volg ik de rivier..
U aan de andere oever hebt het huis (reeds) en al wat het omvat.
En ik ben zogezegd “wandelvrij”.
In een moment van verstomming, heb ik alle openheid over, om hier juist niet te zijn.
Er is niets meer te zeggen.
De koorden van verbindingen sluiten de jas aan.
De kleren worden nog afgeborsteld tot netjes.
Ik zie het licht in de gang. “Doe je de deur achter je dicht ?” Met plezier, en met triestheid.
In een moment dat de richting niet meer verder wordt uitgestippeld, is het de “vrijheid” die primeert.
Ik zie een lange rivier, en u op de linkeroever,
(-het is u,-) die me ergens wil verlaten.
Ik kijk je aan, en je glimacht dat je het beste wenst.
Het is beste zonder bezittingen, het is dat wat jij “vrijheid” noemt,
en wat mijn vrijheid is,
en (dat) wat jou gemak is.
19-2-2004
(Bij Rale : “Your white palms”) De wolk in het stof.
Daar ver van achter in ligt het stof ..dat een wolk is.
Ik lust, en heb de smaak te pakken ..
van dat wat in mij en u verborgen onze schaduw is die ons bij elkaar houdt :
een goedgemeend gebaar, een ver gezocht bij elkaar geraapt gemeend goed doen.
Dat crëeert die wolk in mijn stof.
Het houdt mij bij u, bij “ons”,
“elkaar”.
19-2-2004
aan J.P.
(Bij Rale : “To je muj návrat”)
De appel plukt zich in uw blozen.
Uw schouder draagt de mantel open.
Ik voel mijn oogbol bewegen, -nieuwsgierig en verlegen, de warmte opdoend- ik kom je tegen..
-Tegen de muur is bedreigend !,..- Tegen de muur is beschermend.
In mijn armen is de noot krakend, als het omhulsel dat de weke hersenen beschermt.
Het is de vrijheid van de knop die zich nu opent van binnen uit, en die vanbuiten de bolster breekt.
Het ademen wordt vlotter maar is toch stokkend.
Het ritme ontvouwt zich, en het overstijgt de vloeiende beweging van de emotie,
door het te onderbreken, en door het tot dit moment samen te vatten.
Gebroken schalen van geluk,
fruit.
Smaak,
pit.
19-2-2004
(Bij Rale : “hourglass”) De tijd gereduceerd.
De klok tikt de tijd af,
..naar af.
Elke relatie, elke communicatie dringt zich op te veranderen, te verbeteren,
(van alles nieuw) in zich op te nemen, tot de klok rond is en de mens verzadigd.
Hier staat de klok stil,
terwijl ik nu vooreerst het getik hoor,
en de mensen, en de invloeden die voorbijrazen.
Nu pas néem ik de tijd, en neemt het zijn eigen ritme weer aan.
Terwijl ik uit het raam kijk, zie ik bewegingen.
Ik zit stil terwijl alles zich bezinkt,
en het zand stof wordt
en het weer weggeblazen wordt.
Zo had ik lang niet meer gezien.
-Dit is de eenvoud zelve... Het reduceert de 12 tot 1, en de één krijgt 12 keer zijn tijd.-
19-2-2004
(bruikbaar bij Rale : “Your white palms”) Klei(n)
Een hand die verbrand is van een verkeerde aanraking
wordt niet gevoeld door een bijna plakkerige manier van denken die eruit weg wilt.
Dit terwijl een helder geworden blik als bloesem opent,
en als bladeren streelt,
krijgt de grond slijk onder getrappel,
en hier nog stilstaan ..wordt verzegeld.
De knop (van het oog dat ik zie) knippert ;
de hand draait om, maait, graait,
en wordt door de grond van klei gezuiverd,
terwijl het gewetene beschermd is, nog zwemt, en verder in zijn droomtoestand vermaalt,
verstevigt de klei onder zijn hand, (en (hij)) kneedt (verder).
Het geeft niet meer waar om gemaald werd.
In de volledigheid van het moment werden de korrels zand onder de voeten,
-het stof dat ik ben, ..als los zand- met de wind mee weggewaaid.
Het verzacht de omstandigheden.
De gespannen spieren van vuur worden nu de huid strelend, de zachte huid,
de knop, de beweging naar openheid,
en één kleine langzaamheid.
22-2-2004
(bruikbaar is hier Linda Perhacs : “Sandy Toes”)
De zonnebloem.
Vingernat
ga ik de zonnebloemzaden af naar het midden.
Ik druip af van het lawaai van de wereld.
Ik ga ondergronds in mijn eigen gehoorgangen.
De bloem, de stengel :
ik hou mijn nek stijf, terwijl mijn ruggegraad gebogen loopt
door de wind van de chaos van straatlawaai, gewouwel, (en) gewoel.
Waar heb ik nog een vinger in de pap te brokken,
voor wat betreft de opklimmende harmonie in akkoorden,
in de doorvoelde aders van esthetica,
als de sprong naar de zon in de bloembladen ?
van ontvankelijkheid naar evenwicht in de pit, in de kern,
in de zovele zaden van wat ons nog toekomstgerechtigheid kan brengen ?..
Die bloem draait niet trapsgewijs,
die ís in al die bewegingen met het weer verbonden,
in een striktmatigheid,
bijna uitglijdend op zichzelf, in de baan naar “God”,
waar zij is zijn Naam, een “schot”.
De versmachtende energie van het leven houdt ons tegen,
draait om, keert ons binnenstenbuiten,
terwijl wij (dat alles) maar verder dragen (of verder dragen),
niet veel anders kunnen verderzetten,
maar (we) toch verkeerdelijk op een baan,
waar we ook terecht kwamen,
dit steeds nog een richting plachten te geven.
Waar is dat geven,
in dit gekregene kassatiket van ons eigen toeschouwersbestaan ?
Waar is de reden om te doorbreken,
in die tocht van de maan ?
Hier is het zonneteken.
Met een vluchtige vinger
volg ik de droogte naar binnen.
Ik werk af, bouw af, minimaliseer volgens dezelfde patronen,
bewust doorheen alle tekorten,
binnen vergeten dromen, en (het) verwerkelijken van betere fantasieën dan dat,
met verbeelding,
als een herordeningsgat naar meer.
Deze zonnebloem is onze naam.
Deze zegt uw naam.
Deze keert zich vanbinnenuit steeds terug naar het ritme van de zon.
22-2-2004
(bruikbaar hier : Darragh : “Come to the Fair”) Ferris Wheel. -(over de esotherie van kermissen).-
Ontplooi de ringvinger naar de wind
en slinger hem rond-en-rond-we-go.
Een kermismolen is veel meer dan een beweging van het “spinnen”,
en “spinnen”,
en genieten rond de klok.
“Kom binnen, kom dit zien, het gaat beginnen !”
Na al wat eindigt, is dit het rad der fortuin.
Na alle arbeid,en inspanning,
is dit is de ontspannende afdraai,
van de voortdurende beweging van het leven,
dat zegt dat het tij zich spontaan keert,
en dat vooruitgaat wanneer het vooruitblikt,
-(en dat zelfs in de terugblik, binnen een herhaling van dezelfde soort gelegenheid).-
De koord moet zich kunnen ontspannen,
spontaan,
kermis-gelijk,
carnaval-gelijk,
insgelijk met de gelijkgezinden,
met de communicatie,
met het toenemend werkvlak,
gelijk in de draairichting meegaand !!
Dit is de bevordering,
de bevestiging,
de bekoring,
(de) veredelijking,
de verstedelijking,
de verstekeling opvissen !
Dit is de bal niet meer missen,
dit is recht in de goal,
(dit is) de spiritualiteit van het geluk !
Kermis is het gewone doen slagen !
22-02-2004
(bruikbaar : Baris Manço : "Trip (Fairground)" (1968) -electric guitar version- &
Baris Manço : "Trip to a fair" (1968) -electric saz version- )
De waarzegger.
De waarzegger
puilt zijn ogen uit,
en draait rond die bal van het kansspel,
en mikt het toeval ogenschijnlijk in een richting,
die van de betovering,
als magie gebonden,
vervloekt of aantrekkelijk,
op zoek.
Gij wilt liefst een schone jongeling,
of jij een jonkvrouw met blond haar,
veel geld of een gul gebaar.
Draai rond die kermissenvriendenkring !
Behoedt je voor gevaar, en voor een charlattan !..
Dit alles is het oog van een knutselaar,
is het evenwichtgebroednest,
van wie eerst lacht lest dorst,
die de leste centen opkuist,
bij die wie verliest bij de winst van een ander,
in evenwicht met het draaien en keren van de kansen.
Draai rond dat rad van toekomstziften !
Geef nu die gulle giften !
Geef ze weg, uzelf en uw krachten,
wanneer je komt in machten van de grote zieners
van de gaten in die van uw lotsrelaten,
(hoe) spannend !
Dit is meer het spel van geluksvogelepiet,
en vergeet je iets niet ?
Het is het verder gooien van de vogel van zijn vliegverbod,
het riskeren op het noodlot !
-Dit gaat niet over de stilstaande realiteit, -wat het (werkelijk waarheid zeggen) in feite is-,-
maar draait en keert,
dat wat er is,
1 lotsbestemming verder,
gecombineerd met die van het stilstaan.
Geremd in het bewegen en werken naar iets toe,
is dit àltijd verlies,
vanuit de remmingen bekeken nu..
Zwaarzeggertje op de kermis
bevestigt het noodlot niet te genieten voor eeuwig.
Na dit lot,
en het loterijspel van het leven,
beziet de bedotter nooit van de kant van de verlosser,
wat zou de kermis kunnen wezen,
maar het is zijn halt,
van :
terug aan het werk !
(met de kaart van de dood).
-En met de waarzegger als de maaier-.
22-2-2004
-bruikbaar bij Extradition : “Ice” (live)-
De ijssteek in het hart.
Als de sneeuw valt,
vindt de koorddanser van de tijd zijn weg,
in mijn hart de warmte brekend met koude.
Het is in de kamer zonder einde,
met de wind in het raam,
dat ik aan niets anders dan lucht denk,
en aan stoom om te verwarmen.
Als de regen valt,
raapt hij -(of is het ik)- zijn ziel op,
met een beklijvende stilte.
Hij staat op uit het weer en de tijd
en vind zijn zon in de 'droogte' van een opmerking,
dat er meer zijn weg vindt,
en het weer zijn weg vindt in zijn hart.
Het meer dat de diepte is werd eerst ijs
en brak dan de zorgen los.
Allerlei strepen voor op de koude zelf,
want zelfs de pijnstreek wordt of is van de gave gods gegeven,
in de gepaste blik,
in de hartstreek,
gelukt te zijn in uitdrukking,
van wat daarvoor alleen maar falen uitdrukte,
maar nu toch zo mooi verrukte,
lukte.
23-2-2004
(bruikbaar bij Bittova & Fajt : “Periny”)
of beter bij Tara Fuki : “Okamzik” 3 min -met geluidsfragment-
De pijn van de klikklok,
klikklak,
schouder op schouder,
kaakbeen over tanden,
als mensen doorbijten mens te zijn,
en om als mens te overleven bóven het zwijn-zijn..
(-Dit gaat over de situatie hoe het die in Karpatia en Roemenië is geworden..)-
Dit is ieder voor zich overleven,
en niet meer streven boven gewoon maar te zijn,
laat staan worden.
Krikkrak,
de kruk erin,
in het bestaan nog wel..
Het is het verkiezen van het gewoon maar te zijn,
boven de hel van het verder te worden
dan dat wat het al is geworden.
Er is zelfs geen gemis meer,
en het doet zelfs geen zeer meer..
Hier staat de tijd stil,
en draait de duimschroef dit verder aan
dit nog bestaan te noemen.
Dit gebied is fysisch bereikbaar voor iedereen, -en toch is dit van niemand meer-.
Dit is wat wij zijn geworden,
(en misschien is het het dat, wat ook wat wij hier in het westen, zelf ook kunnen worden, van wat er nu is) in Rumenia, Carpathia,
dat werd terug slijk van de aarde,
pure grond-smaak.
Niemand.
De pijn van de klikklok,
klikklak,
schouder op schouder,
kaakbeen over tanden,
als mensen doorbijten mens te zijn,
en om als mens te overleven bóven het zwijn-zijn.
Dit is wat wij zijn geworden, in Rumenia, Carpathia,
dat werd terug slijk van de aarde,
pure grond-smaak.
Niemand.
(nacht voor) 4-03-2004
(bruikbaar bij Extradition : “Seeds of time”) Het grote tij.
(Neen,..) Eerder kruipen,
schuifelen,
en verzuipen in de gewoonte van de ander,
niet ons meer,
want keer op keer waren we gewoon geworden
de ander te volgen,
opdat het ons beter uitkwam,
terwijl het geheel niet verder kwam
dan dat zij de overlevingstechniek verder verkleinde,
verscherpte,
verminderde in haar mogelijkheden
er op ten duur nog zèker te geraken..
Slaak de kreet op tijd
het offer te doen,
de weg af te leggen
in de richting van wat de mens echt nodig heeft,
zonder kort verbruik,
en opgebruik
tot het werkelijk op is,
en gedaan met zogezegd goed leven.
Nù hebben we nog tijd om erover te denken !
Nu is het tijd !
Nu hebben we nog tijd over iets te veranderen
van de vloedslag,
om in te dijken voor de grote overstroming,
voor de grote klimaatswijziging,
-die al lang bezig is op economisch vlak
ons verder afhankelijk te maken,-
van dat wat we niet willen zien,
door ervoor te werken buiten ons,
in plaats van alleen maar voor ons,
binnen het bestaande concept,
dat klakkeloos wordt aanvaard
zich zo verder van iedereen te vervreemden!
Nù is de grote vloed reeds bezig,
nù zijn de wegen naar Rome reeds moeilijker bereikbaar !
Morgen zijn ze dichtgemaakt
en kunnen we nog slechts reklameren,
en is de tijd om erover na te denken op.
Hoeveel stukken wereld zijn nog bereikbaar dicht,
vanwaar we werkelijke informatie krijgen,
en communicatie van krijgen,
die nog bereid zich naar het geheel te veranderen,
of in hun algehele onderhoud iedereen te voorzien
daarnaar nog te mogen werken ?
(en :... ) Wanneer bouwt het systeem zich verder af ?
Zijn we nog ergens,
wanneer zijn we nog iemand,
en hoeveel mensen zijn er nog iemand
die kunnen denken te kunnen worden,
te mogen groeien in het algemeen bestaan,
..en voor hoelang nog !?
Generatie op generatie
groeit de evolutie van de vervreemding,
en de vermindering van de mogelijkheden
steeds sneller.
En wat doe jij eraan om de vloed van onvermogens te stoppen ?
En wat moet je doen
dat meer risico schept op korte termijn te riskeren
opdat het tij zich nog keren kan ?
Wie ben jij nog
en wat zou jij moeten doen
juist iedereen beter te kunnen laten worden ?
opdat de termijn nog terug zou groeien,
al is het maar naar stabilisering,
binnen alle remmingen en herfunderingen,
en waar is het worden vrij in elk getij ?!!...
...
4-02-2004
(bruikbaar bij Bittova : “Periny”) Dagboek. (In iemand anders naam)...
En als de klok bij mij thuis tikt
ben ik nergens meer veilig
want ook thuis hangt mijn kruis,
en ook ik ben genageld aan mijn been,
en aan mijn schuld van het kruis der gewoonte.
Waar woon ik dan nog,
dan in iemand anders waar ik gevoelig aan ben,
maar niet met mijn verstand.. ;
Och, ik kan het niet vatten wat mijn hart allemaal gevolgd heeft,
en wat voor gevolgen dit heeft voor mijn huis,
dat ik nu niet meer ben,
behalve met mijn hart,
dat verlaat,
maar niet (met) mijn verstand dat wil plannen,
terwijl de nagels opvoorhand vastliggen..
Hier hou ik op met bouwen
en stort mijn wereld mee ineen...
Ik lieg zelfs
en het is een leugen iets vol te houden dat ik niet ben,..
“neen, ik ben het niet-” aan de gsm,
In feite ben ik niemand meer,..
zonder dat ik die andere weg nog kan volgen,
die ik in feite wel ben...
9-2-2004
(geschreven tijdens Tara Fuki : “V Dýmu”) Het ritme van de berg, en haar verwoording.
Het ritme in de berg beklimmen.
Dit is muziek van 'het ritme in de berg beklimmen'.
Schuif niet,
maar hou vast en klim op,
je kan je kin verheffen,
maar gebruik vooral je spieren en je verstand,
gebruik vooral je concentratie
die moet verbruikt worden in spierkracht, in inspanning, in wilskracht !..
Het volhouden van een werk dat evolueert
is de kracht van het lichaam,
een lichaam zijn wij,
buiten ons zwevend verstand om, -en een zogezegde zwakke ruggegraad.-
Dit ritme bouwt een discipline op
met een evolutiepatroon.
Dit ritme vertoont zich in te spannen,
veel meer dan alleen maar het ritme te volgen,
en zet zich in de berg,
van de visie te gaan vormen door het te zijn,
-in de evolutievertoning.
Geen gedachten die zomaar ronddraaien
en cirkelen als arenden zonder nest,
-of nog erger, als gieren die alleen maar leven van de prooi.-
-Verstand alleen kent geen echt vertoon.
Zij kent wel vorm zonder inhoud.-..
Ik ben een berg
en vorm mijn gedachten in een volgorde,
in dosissen opbouw,
naar de essentie toe,..
-Alleen maar vanuit de essentie werken en al volledig gevormd te zijn bestaat niet, want je moet het ook kunnen worden, de concentratie kunnen verworden.- Dat heeft zo zijn eigen Woorden !..
9-2-2004
(gebruikt bij Irena Havlova & Vojtech : “Jako Motyl Na Tvé Dlani” & “Stinem k zemi”)
De concentrisch vallende luchtballon,en de de berg die mij bemand houdt,
terwijl de mand (=de bagage),-van het oorspronkelijk zwevende concept- zijn val maakt....
Als een luchtballon zweef ik,
en hou ik het touwennetje bij elkaar (-een netje dat er uitziet als dat op een legerhelm-).
Een concentrisch punt daalt af,
als een concentratie.
Vuur geeft mij hoogte.
Aarde naar de aarde.
De ronde,
de grond
brengt mij neer.
In elkaar verwand,
in een cirkel die draait,
voel ik de grond dichter verworden met wat ik ben...
Denkend aan het lot dat mij één zal maken
kruip ik naar de touwtjes bij elkaar...
De discipline brengt mij tot hoge toppen vangnetten, ..
-(wanneer de luchtballon verder concentrisch valt)..-..
En dan spring ik er plots van weg,
de lucht ben ik.
De aarde vangt mij dan met open armen.
Na met het mes de balast versneden te hebben,
was het als de hoge toppen scheren,
met de nieuwe geaardheid te kunnen zweven...
Maar bij de val ervan
val ik niet mee, want ik spring trapsgewijs, één met de aarde,
maar dan zonder de centriguge-val.
Ik bouwde mijn concept-val op,
met de gedisciplineerde structuur,
en met het soort concept dat in alles steeds verder bouwt,
ondanks de elementen die eruit wegvallen,
en dit zonder mijn concentratie te verliezen,
breng ik,
met de vleugels van een vrije mens,
dit gevaarte zelf misschien wel niet tot een goed einde,
maar wel mezelf,
die toeziet met de aanwezige basissen mee te veranderen.
De verwaarloosbare nieuw verworven aard van het zweven valt neer,
terwijl ik sta, en als een berg, opbouw bracht in de val,
ben ik en blijf ik de grond,
en steeds aan de grond gelijk....
9-2-2004
(geschreven tijdens Tara Fuki : “Cichy Plaz”) Papieren vogels gevouwen..
Stoffen vogels,
fluwelen, floeren disakkoorden cirkelen lager en lager,
het gras en stof in,
ik slik.
Ik heb geen ogen als een vlieger.
Ik zie ze vallen, een voor een : zij die bouwen aan hun weloverwogen schoonheid.
Het esdoorn-helikopterzaadje
is als een gestroomlijnde vrouw, -een handvleugel, (of (beter) als) -..een nieuwe design die ik onlangs gezien heb van een ruitaftrekker, in de vorm van een dolfijnevin dus, ..
die majesteus valt, als een broos blad met charme.
Ikzelf breek haar niet in twee als ik haar vind,..
-(of wanneer ik ze) zie liggen.-
Ik laat ze liever nog eens vliegen,
om weer neer te komen vlak bij de boom, een boom van ne vent, erniet van af te schudden.
Het fruit wordt geplukt,
en breekt,
niet de stroomlijn.
Zij komt gedeeltelijk verder, en vind zichzelf in zanderig mos.
Mijn hand voelt graag mos. -Het mos is als is het mooie behang dat ze voor hem gecrëeerd heeft.-°
“Laat los die zaken..(-die nog binden-) !!” -denk ik dan-.









°ik had gedroomd van zulk behang
De wind was al een droog blad die dag,
gekarteld was mijn glimlach van herkenning.
Het breekt in twee,
in herfst,
onbereikbaar voor deze visie.
Jij komt neer.
Jij komt terecht. (..)..
(Aan Al.) 9-2-2004
(geschreven tijdens Tara Fuki : “Modlitba”) Door boomschors omringd.
Boomschors waar ik in pas, het geeft me vleugels ! .. nu muren.
Het is hoe ik de deuren niet meer kan zien, ingegroeid te zijn in wat ik eerst zo beschermend vond...
De nacht geeft vleugels aan de wolken.
Hoe de bladeren het telkens verder tegenhouden, het dak boven mijn hoofd,
wordt het een afsluiten naar de bron van de mogelijkheden...
Een boom van ne vent is hij, en ben ik in nen boom verboond, (een boon) die een pupil is,
die zich (af)sluit van de wereld
hem nog te (laten) zien hoe hij is,
zonder zíjn wortels.
Ik vlucht weg in het losse zand,
het brengt mij angst, ik heb nood aan een huis, een thuis,....
Een droom is nachtmerrie geworden.
Wat als de boom sterft, en wat als hij niet. Hij wijkt niet.
Hij waakt over zijn wijk, zijn hagen, zijn heggen, zijn wegen,.. ...zijn zon.
Ik ben een bosnimf in de nacht gevangen, één met zijn aderen, die ademen zelf wel het hele bos in, terwijl ik verstik.
Wandelend zand maakt paden, maakt dromen. -En ik ben die wandelaar voor jou.
Voor mij ben jij een gevoelige nimf, geen elf. -Een betoverde fee, zo blijkt.-
Wind wacht, kruipt, doet je kriebelen, koud en warm hebben tegelijk, zonder zicht op wat -die wind- haar vrijheid is.. "Jij bent me een heel bos waard. "
In de verte brandt.. ..een licht.
-Er is geen hoop met bosbrand.- -Er is veel rook met dat soort licht.-
Ik trek voor die kar van brandhout van dor geworden bomen... -Maar ook dan zal er slechts een gat zijn, een woekerangst, een schuldgevoel voor het leven dat het nalaat,
alsof deze boom de omgeving was geworden,
alsof zij dat Leven was geworden....
Waar is de sleutel in het verhaal? Mijn mond snoert zich.
Het is klimop reeds die tol eist.
De hoogste boom, ..ook dood ..zal er blijven staan !..
9-2-2004
(Bij Tara Fuki : “Noce Zle”) “De rots in de branding”
Van de rotsen gesproken die de zee in hingen...
Pieken van piekeren in de zee van tijd om het opgelost te krijgen, ..
..dat probleem dat wij hebben.
Van de klif gesproken, ..
de kloof die ons snijdt met die wind... "Het water is veel te diep !.."
Het (dag)boek sluit zich als een nacht velvet kussen, nat van zweet, (en ook) tranen.
Van rotsen loopt het af naar de zee.
Mijn huid spant zich rond mijn beenderen
van het zilte vilt van groen dat van de zee weet, de zee van tijd die ons van elkaar scheidt,..
die vertrekt aan de horizont,.. en (die) hier snijdt,.. ..in een kloof tussen u en mij.
Het is donkerder aan de diepte, ..dan aan de rotsen die wind vangen, ..veel wind van het piekeren, vooraan,.. van vooral dat eruit pikken dat zichtbaar is, ..en dan weer verdwijnt in de uithoeken van de schaduw,.. ..en de kloof die u en ik scheidt..
Als een vilten bootje zijn mijn tranen,
die als een fles uitgelezen wordt aan de zee ..die verder schrijft,
en die schrijnend mijn gedachten dwaalt naar u en mij, ..en deze uitwrijft ze zichtbaar te willen laten worden, ..en leesbaar te kunnen laten worden op de tijd, die oneindige hemel en hel.
- Zij lost alles op, want zij heeft tijd, zij ís tijd,.. Zij is de oplossing voor de gefleste omstandigheden tussen u en mij, ..tussen u en ik, ..op uitkijk..
Het wordt mijn balkon, mijn rots, mijn branding,..
die de wind opvangt van de vrij geworden akkoorden van zand dat schuurt en embedt.
Omwallingen worden duidelijker,
en waar ik gesneden heb -of ten minste (waar ik gesneden) ben- ..
..wordt dat nu duidelijker.
Op een kale horizont heb ik ,of zie ik nu een andere, -(zelfs muzikale)- achtergrond :
Cello’s snijden het stuk wind scherp af voor de rots.
Zij maken de oneindigheid korter en dichterbij.
Een eeuwigheid is niet ver in een rots,
en in een uitkijk, in de branding, in de zon...Onze zon.
-zij schijnt de nachten aan elkaar met rotsen...-
De eeuwigheid is ver met de zee der machten, ..-buiten mijn machten.
Ik ben die uitkijktoren,
deze met het gewaad van de wind omwallend.
De wolken volgen mijn bekoring de wonderichting te volgen,
met het verhaal, doorheen de tijd, met het schrijven mee,
en mee met het vertellen in melodie en woord.
Dit is een muziekstuk voor jou geschreven,
ook al ben je bij de uitvoering (of een eventuele muzikale compositie)