RAGA-GUITAR INDISCHE MUZIEK IN KOFFIEHUIZEN & FOLKWAYS Eind jaren '50, begin '60 was het vooral in Noord-California en Washington dat men zich begon open te stellen voor Indische muziek. Het waren vooral de folk-en jazz-scène, in de koffiehuizen, tenmidden in de blues, en ook onder stimulans van de Richard Spottswood-platencollectie: The Folkways Series, en de muziek die men kon horen in de Aziatische restaurants. Het is deze stimulans die enkele gitaristen als Max Ochs, Robbie Basho en Sandy Bull had geraakt. RAVI SHANKAR & ALI AKHBAR KHAN De vroegste invloeden van Indische muziek in Westerse modellen, buiten klassieke muziek, op plaat, zijn denk ik in de jazz te vinden. Ravi Shankar (sitar) introduceerde in 1961 met Bud Shank de term “fusie”, terwijl de Indiër John Mayer (sitar) met Joe Harriott (sax) de term “Indo-Jazz” invoerde in dezelfde vroege jaren 60. Het was Ali Akhbar Khan (sarod) die daarvoor Indische muziek publiekelijk geïntroduceerd had. Zijn College Of Music was in San Rafael,CA gesticht in 1956. Die school was een van de grootste invloeden op vele latere ideeën van Oost/West fusies. HET TAKOMA LABEL Te midden van deze invloeden had John Fahey zijn eigen label, Takoma, gesticht, dat volledig gericht was, voor het eerst, op instrumentale guitarmuziek. John Fahey was zeer exploratief experimenteel, op de oude, “degelijke” manier, nl. door met allerlei bekende en traditionele technieken te experimenteren, en deze te vernieuwen door ze meester te zijn en er “nieuwe” composities mee te maken. Geregeld probeerde hij wel’s iets met Indische elementen. Van degenen die Fahey’s label verschenen was Robbie Basho wel de meest biezondere en eigenzinnige. Hij was de grootste pionier die zeer resoluut Indische, Oosterse (-hij nam de naam aan van de Japanse zen-dichter Basho-) en later ook Indiaanse en Middenoosterse ideeën volledig integreerde, meester werd en er zijn eigen specifieke stijl van maakte. Vooral het tweede album, “The Grail & The Lotus” uit 1966 bijvoorbeeld was pure Amerikaanse raga. Later werk zou ook zang toevoegen. Hij had zijn eerste onderzoek naar Indische muziek in Berkeley begonnen, had die stijl definitief geïntegreerd in zijn werk na het zien van een Ravi Shankar concert. AMERIKAANSE RAGA OP VANGUARD, EN DE ENGELSE TEGENPOOL Het meer traditionelere Vanguard label bleef ook niet achter en introduceerde enkele gitaristen die onafhankelijk van de Takoma-invloed met raga hadden geëxperimenteerd. Sandy Bull had in 1965 een grote raga-guitar klassieker neergezet met “Blend II”, op zijn ‘Inventions’ in 1965, begeleid door het schitterend drumwerk van jazzdrummer Garry Higgins. En Peter Walker had ook gewerkt aan wat zijn idee was van de “Amerikaanse raga”, op zijn ‘Rainy Day Raga’ in 1966, met een patroon voor de resonerende “drones” met daarbovenop een improvisatie gebaseerd op een westerse melodie-lijn. In Engeland was er Davy Graham, een gitarist die in feite nog veel theoretischer en documentaristischer werkte. Ook hij had geregeld wel eens een idee uitgeprobeerd -op een melodische wijze- naar Indische inspiratie, vooral na het zien van een duet tussen Ali Akhbar Khan en Ravi Shankar. DE VERPOPULARISERING VAN SITAR Alle gitaarexperimenten werden wat vergeten tegen de jaren 70. Dat was omdat de Indische invloed zich dan vooral nestelde in de pop en psychedelica. De vroegste plaat die ik ken die muziek maakte zoals een Indische raga, was ‘Raga’ van Seventh Sons, een hippie-opname uit 1964 die zijn tijd zeer sterk vooruit was. Maar ze verscheen wel in 1968, op het juiste moment. Na het gebruik van sitar bij The Birds, en het verschijnen van Ravi Shankar op de “Pepper” plaat van The Beatles, begonnen heel wat groepen sitar op hun popmuziek te gebruiken, ook al was het vooral te doen om het leuke geluid van de sitar als effect. Serieuze raga composities of ideeën werden er niet echt mee gemaakt. Leuke sitarbeat verscheen er wel van de gitarist Big Jim Sullivan (soms onder de naam van Lord Sitar) met vooral Beatles inspiraties. Ook Ananda Shankar, de neef van Ravi, begon op dezelfde wijze. Het meeste van zijn werk werd echter de meest eigenzinnige en geslaagde combinatie van Indische muziek met westerse ideeën. Een zeer onderschatte figuur. JOHN MCLAUGLIN EN DE SITAR-GUITAR Het eerste moment dat terug opviel voor raga-guitar interpretaties in de jaren 70, kwam van John McLaughlin. Hij had op een bepaald moment zijn gitaar verbouwd met extra resonantiesnaren. Op deze wijze klonk deze gitaar zeer sterk als een sitar. Zijn gitaarspel met de Indische groep Shakti is ongelofelijk virtuoos. De composities waren geschreven met een andere neef van Shankar, de violist van de groep. Vooral de eerste LP van de groep Shakti was meesterlijk. Het is onder andere dank zij die aandacht en dit gitaarontwerp, dat er een hele generatie van nieuwe gitaren de markt veroverde zoals de coral guitar, de sitarguitar enz. Maar tegelijkertijd is het ook zo dat eveneens door John McLauglin en een paar andere gitaristen, dat eind jaren 70 de serieuze gitaarmuziek zo over-ambitieus en circusachtig was geworden, dat mensen het op ten duur liever voor bekeken hielden. En wanneer ook in de popmuziek een pianist als Keith Emerson serieuze pop overdreef als een clown, begon het publiek terug te verlangen naar een ruwe basis, zoals met de punk en andere genres. Het zou duren tot eind jaren 90 voor het idee van raga-gitaar nog’s interessant door iemand zou gevonden worden. Er zijn me in de jazzfusie maar weinig muzikanten gekend die met hun gitaar ooit iets experimenteerde met Indische muziek. Een recente uitzondering is Fareed Haque van Pakistaans/Chileense afkomst. Buiten klassieke gitaar, en Latijns Amerikaanse getinte fusie blijkt hij vooral in zijn funky fusiejazzgroep Garage Mahal zijn zelfgebouwde sitargitaar te nemen, die hij op een funky manier speelt, of een Kim Schwartz gitaar, met zijwaartse brug en een totaal van 19 snaren met gelijkaardig effect als de sitargitaar. STEFFEN BASHO-JUNGHANS Een aantal jaar geleden ontdekte ik de Duitse guitarist Steffen Basho-Junghans. Deze eigenaar van een grote gitaarwinkel in Berlijn, organisator van een gitaarfestival, had uit respect voor Robbie Basho een deel van zijn naam overgenomen. Hij speelde naast impressionistische gitaarstijl ook ragas (en later ook experimentelere acoustische alsook slide-gitaartechnieken). Ik denk dat het geleidelijk zijn invloed is die een hernieuwde interesse in serieuze akoestische gitaarmuziek open gemaakt heeft. INDISCHE GITARISTEN Natuurlijk heeft Indië zelf ook zijn geschiedenis met gitaristen, vooral dan met de slide-gitaar. De Indische slide-gitaar kwam in feite onrechtreeks voort van een gekidnapte Indiër uit Hawaï, die de techniek doorgaf aan de Hawaïaan Tao Moe die in de jaren 40 werd uitgenodigd om in India concerten te geven. Een student van hem werd Garny Niss, die de eerste Indiër zal zijn die Hawaiaanse muziek zou gaan spelen. Deze kreeg zelf ook een leerling in de jaren 50, nl. Brij Bushan Kabra, die de pionier werd van Indische klassieke muziek op Hawaïaanse gitaar, en later op een gewone gitaar. Hij werd ontdekt door Amerikaanse soldaten, met een paar platencontracten en concerten, gaande van de jaren 60 tot 80, tot gevolg. In Noord Indië is een leerling van hem, Vishwa Mohan Bhatt, de belangrijkste slide-gitaarspeler geworden. Hij ontwikkelde allerlei innovatieve instrumenten, zoals de 22snarige ‘Dev Veena’ een combinatie van de veena, de sitar, de sarod en de kannun. Er zijn nog heel wat gitaristen in India die deze nieuwe traditie verder zetten, ook al is de gitaar niet echt populair. Ook Karnatische muziek werd in de jaren 70 door Sukumar Prasadin voor het eerst geïntroduceerd op de elektrische gitaar. Het idee was er gekomen nadat er iemand toevallig een elektrische gitaar in Indië had achtergelaten. Prasanna is een huidige gitarist die deze nieuwe traditie op cd zette. Verder leerde ik nog Nadaka kennen, een akoestische gitarist die schijnbaar bescheiden en subtiel harmonische Indische klassieke muziek speelt, sporadisch vermengt met andere elementen. Zijn zelfgebouwde gitaar heeft beweegbare frets met weggehaalde tussenschotten. Verder moet ik ook nog de in India geboren Peter Dickson vermelden die op een briljante wijze de link tussen flamenco en Indische muziek illustreert op zijn live in India CD. ‘RAGA-DRONE’ LEIDT TOT RAGA GITAAR Begin jaren 90 hoorde ik Atman, een Poolse groep die met akoestische raga-drones improviseerde, en die die combineerde met Balkan en Tibetaanse instrumenten, vooral op hun LP ‘Personal Forest’. Eind jaren 90 ontdekte ik Six Organs of Admittance, die vanuit gelijkaardige gitaarimprovisaties als Atman, gecombineerd met een drone-effect, tot een “andere” muziek kwamen. Nu profileert de gitarist en projectleider Ben Chasney zich ook meer solo met zijn gitaarwerk. Dit soort evolutie : van drone-effecten, tot eruit gefilterde raga-guitar achtige improvisaties bleek ik de laatste jaren meerdere malen te merken. Jack Rose bijvoorbeeld ging zich meer en meer als gitarist profileren, na zijn bijdrage bij de experimentele groep Pelt. Zijn recente solo-platen zijn meesterwerkjes van Amerikaanse raga stijl. Glenn Jones, die bij de experimentele groep Cul De Sac zat, maakte, na een Fahey- samenwerking, onlangs een schitterende, technisch begaafde en ook melodisch boeiende post-Takoma plaat, met blijvende Fahey invloeden. Ook Richard Bishop, van de eigenzinnige mafkees-underground-groep met etnische collages, de Sun City Girls, profileert zich het laatste paar jaren als een zeer intuïtieve maar begaafde gitarist. Ondertussen, in Engeland, proberen James Blackshaw en Ben Reynolds een raga- achtige gitaar-stijl eigen te maken. Met achtergrondsdrones profileren ze zich als solo-artiesten. Van hen verschenen er nog maar slechts een paar absurd gelimiteerde CDR’s. Na een opkomend succes van Six Organs Of Admittance, introduceerde The Communion label nog een gitarist : Ben Kunin. Deze gitarist leerde de sarod in het Ali Akbar Khan College, en dat is zeker te merken op zijn gitaarspel. Zijn eerste album is puur gitaarwerk, zachtaardig en raga-achtig. Zijn tweede privaatuitgave is opgenomen in India en met Indische muzikanten. Op hetzelfde label verscheen Idyl Swords, een faux-etnisch experimentele snaarinstrumenten groep die ook de sfeer oproept van de vroege Six Organs. Harris Newman uit Canada kan men beschouwen als een post-Takoma steelstring gitarist, die de Takoma-verworvenheden verheft tot nieuwe meesterlijke hoogten, vooral op zijn laatste werk, in samenwerking met oa. Bruce Cawdron (van Godspeed You!Black Emperor). Maar het grootste nieuwe genie, dat ik denk dit jaar de raga-guitar wel’s echt hip zou kunnen maken, en die voor de druppel in de emmer zou kunnen zorgen, is Paul Metzger. Hij is een grootmeester van de raga-stijl op een eigenzinnige wijze, en speelt op een zelfgebouwde primitieve gitaar en banjo, beide met resonantiesnaren. Sommige composities zijn meer avant-garde, maar steeds barstend van talent. Van hem zullen in 2005 een aantal platen verschijnen, onder andere een split-LP met Six Organs Of Admittance. Copyright : 2005 : Gerald Van Waes